2 mei 2013

Zwaar weer Hongarije

Half  maart vertrok Buitenlandreporter Antje Koelewijn, voor twee weken naar Hongarije. Twee dagen na het aannemen van de vierde grondwetswijziging, twee dagen voor de nationale feestdag.

Op 11 maart nam het parlement, waar de regerende partij Fidesz over tweederde meerderheid beschikt, de vierde grondwets-wijziging aan. Let wel: dit is de vierde wijziging van de door Fidesz ontworpen grondwet die op 1 januari 2012 van kracht werd.  Oproepen aan president Áder om deze niet te tekenen bleken tevergeefs. Het belangrijkste bezwaar tegen dit amendement is het feit dat het Constitutioneel Hof de facto afgeschaft wordt. Een ander, niet onbelangrijk bezwaar is dat dakloosheid strafbaar gesteld wordt.

Op 15 maart herdenkt Hongarije de (mislukte, want in 1849 door de troepen van de tsaar neergeslagen) opstand tegen de Oostenrijkers in 1848. Dit jaar bleek hoe hopeloos verdeeld het land is. Het regime (zo wordt de huidige regering door veel Hongaren genoemd) had natuurlijk zo zijn festiviteiten, maar ook de oppositie. Er was echter totaal geen sprake van een gezamenlijk optrekken door de oppositie, ieder clubje had zijn eigen bijeenkomst afgesproken op verschillende plekken in de stad. Totdat noodweer (hevige sneeuwval/sneeuwstorm) alles in de war stuurde. Alle bijeenkomsten werden afgelast. Van de weeromstuit liet niemand zich zien op straat. Nu was het ook erg koud. En, zoals iemand tijdens de “inhaaldemonstratie” van 17 maart zei: “Slecht weer is de grootste vriend van een dictator”.

Op zondag 17 maart lukte het een van de oppositiebewegingen (Milla) toch nog een soort demonstratie te organiseren. Er kwamen slechts ongeveer 4000 mensen op af. Zorgwekkend was dat een vooraanstaand filosoof, Gáspár Tamás Miklós Tamás, eens een belangrijk dissident en indertijd lid van de helaas opgeheven SZDSZ (liberalen), opriep tot het afschaffen van politieke partijen en tot het boycotten van de verkiezingen die in 2014 gehouden worden. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met een serieus verzet tegen deze regering! Deze opmerking werd hem niet in dank afgenomen.

De MSZP, de socialistische partij, is de enige politieke partij die aangegeven heeft dat zij de oppositie tegen de regering van Viktor Orbán wil aanvoeren. De laatste weken is er gelukkig sprake van toenadering van de beweging van Gordon Bajnai (Együtt (Samen) 2014) en van beweging van oud-premier Gyurcsány (Demokratikus Koalíció) tot de MSZP. Men wil om de tafel om een serieus alternatief te formeren. Fidesz weet al wat men ervan vindt: “linkse maffia”.

Het was mijn bedoeling te spreken met Attila Mesterházy, de leider van de socialisten. Hij was echter meteen na de rampzalige week afgereisd naar Brussel om uit te leggen hoe de situatie in Hongarije is en om de EU te vragen het land niet te straffen met sancties. Van de MSZP heb ik inmiddels wel uitgebreide informatie over hun standpunten gekregen, daarom een volgende keer meer over met name de grondwetswijziging en de reacties daarop uit het buitenland.

Hoe is intussen de stemming in het land? Veel mensen zijn erg pessimistisch. Wat hen stoort is dat er veel aandacht is voor zaken als verlaging van de energieprijzen of het uitreiken van culturele prijzen aan foute personen. Dat leidt alleen maar af van wat er op dit moment werkelijk op het spel staat: het verdwijnen van de democratie. Of, zoals de persvoorlichtster van Mesterházy het zei: terwijl het land ten onder gaat door allerlei gekrakeel, begint de parlementaire dictatuur van Orbán  zich steeds duidelijker af te tekenen.

Door PvdA Buitenlandreporter Antje Koelewijn