2 juli 2013

Waarom is het zo rustig in Hongarije?

Sinds de partij Fidesz van premier Victor Orbán in 2010 aan de macht kwam zijn diverse controversiële maatregelen doorgevoerd in Hongarije. PvdA Buitenlandreporter Antje Koelwijn bespreekt de huidige politieke situatie.

Massa’s demonstranten in Turkije, Brazilië en nu weer in Egypte. Maar ook in het voormalige Oostblok oproer: in Bulgarije bijvoorbeeld. In Tsjechië moest de premier het veld ruimen na corruptieschandalen. Je zou willen dat het volk in Hongarije, toch hard op weg een autocratie te worden, ook eens van zich zou laten horen. In 1956 bleek het daartoe in staat, en in 2006.

Volksopstanden

In 1956 leek het even of er een einde zou komen aan het communistische regime, totdat de Russen hardhandig ingrepen. In 2006 was de verontwaardiging over de leugens van de zojuist herkozen socialistische premier Gyurcsány zo groot, dat het in september en oktober tot forse ongeregeldheden kwam. En dat terwijl men zich eigenlijk voorbereidde op een grootse herdenking van de Opstand van 1956 op 23 oktober. Achteraf gezien is toen de kiem gelegd voor de klinkende overwinning van Viktor Orbán in 2010.

Tweederde meerderheid

Inmiddels is Orbán meer dan drie jaar aan de macht. Het lijkt waarschijnlijk dat zijn partij, de Fidesz, volgend voorjaar, als er weer verkiezingen gehouden worden, zijn riante tweederde meerderheid kan behouden, met alle gevolgen van dien. Want dat Orbán tornt aan de meest basale principes van de democratie, denk aan de verregaande controle van de media en aan de manier waarop met de scheiding der machten omgegaan wordt, is overduidelijk. Op Europees niveau zijn er grote zorgen, die ook op niet mis te verstane wijze geuit worden, maar de regering Orbán lijkt zich daar weinig van aan te trekken. Binnenlandse kritiek wordt afgedaan als links-liberale (vaak een ander woord voor joodse) stemmingmakerij. Alleen de elite uit de grote stad, Boedapest, maakt zich druk, de bevolking daarbuiten zou tevreden zijn.

Verkiezingen voorjaar 2014

De oppositie blijft verdeeld over de te volgen strategie: moet men compromissen sluiten met Orbán? Nee, zegt Attila Mesterházy, de voorman van de MSZP, de socialistische partij. Mesterházy maakt een onderscheid tussen de Fidesz als partij en de Fidesz-kiezers. Nee, zegt ook Ferenc Gyurcsány, gewezen premier. Hij kwam na de rellen in de herfst van 2006 zo onder vuur te liggen dat hij het veld ruimde voor de partijloze Gordon Bajnai. Hij leidt nu een beweging die zichzelf Democratische Oppositie noemt. Gyurcsány vindt de huidige Grondwet volkomen onacceptabel en wil dat alle politieke benoemingen (rechters, hoge ambtenaren) ongedaan gemaakt worden. Alleen de nog steeds partijloze Bajnai, aan het hoofd van een beweging die zichzelf Együtt 2014 (Samen voor 2014), is eventueel bereid het op een akkoordje te gooien met de Fidesz van Orbán. Tegelijkertijd voert hij wel gesprekken met zowel Mesterházy als met Gyurcsány.

Voor de huidige regering lijkt het niet meer dan logisch dat men zich concentreert op de parlementsverkiezingen. Europese verkiezingen, daar heeft men nauwelijks een boodschap aan. De oppositie heeft nog even, maar het wordt de hoogste tijd dat men gaat samenwerken en een duidelijke strategie bedenkt. Al is het alleen maar om de Fidesz-stemmers over te halen.

Door Antje Koelewijn, PvdA Buitenlandreporter