9 november 2015

Speech Bert Koenders op de Afrikadag

Op 7 november werd de jaarlijks terugkerende Afrikadag georganiseerd door de Foundation Max van der Stoel (FMS). Bert Koenders sprak het publiek toe tijdens de centrale opening van deze dag vol debatten en workshops. Lees hier zijn volledige speech. 

Dames en heren, Afrika-kenners en liefhebbers, dear Mr. Diop and all the colleagues and guests from Africa, dear friends, Bonjour!

Het is goed dat jullie er allemaal zijn! Als altijd is de Afrikadag een warm bad voor alle mensen die geïnteresseerd zijn in Afrika en internationale samenwerking. Cultuur en politiek, economie en onderwijs, muziek en dans, alles komt aan de orde. Ikzelf ben de tel kwijt geraakt hoe vaak ik de Afrikadag heb bijgewoond, als Kamerlid, als minister, als bestuurslid van de Evert Vermeer Stichting of gewoon als belangstellende. En alle keren was het interessant en relevant.

Inleiding

Ruim 6 jaar geleden was ik voor het laatst op de Afrikadag, toen als minister voor OS. In 2009 sprak ik over de noodzaak om het cynisme over Afrika en de gevestigde standaard opvatting van de ontwikkelingssamenwerking achter ons te laten:

  • Een breuk te maken met de vanzelfsprekendheid van het verleden
  • Weg van het cynisme en de slogans, maar doorgaan met solidariteit

Dat was de korte samenvatting. Die zou ook nu weer kunnen gelden. Want elke speech over Afrika zal reflecteren op de dynamiek van het continent in het licht van de uitdaging van deze tijd, op de vindingrijkheid van zijn burgers, op de ondernemersgeest van zijn bedrijven, op de kracht van zijn instellingen. Zonder naïviteit over de keerzijdes, over de gelatenheid, het nepotisme en de corruptie, de armoede en de uitbuiting en het gebrek aan werk.

Vanaf 2009 heb ik gewoond in Afrika, was ik de witte man in Afrika, heb ik lief en leed met Afrikanen gedeeld. Het was een prachtige tijd. Mijn huis was in Ivoorkust en Mali. Ik heb als hoofd van de VN vredesmissies daar alles zien samenkomen waar we voor staan. Realisme gepaard met idealisme, geïntegreerde vredesmissies, concrete samenwerking met 90 nationaliteiten.

In Ivoorkust is inmiddels met de recente presidentsverkiezingen de cirkel weer rond gemaakt, die in de vorige verkiezingen in 2010 was gebroken: de burgeroorlog die toen uitbrak vindt nu zijn catharsis in het samenvallen van het ICC-proces tegen Laurent Gbagbo en de democratische herverkiezing van zijn opvolger als president. Er is hoop en we gaan in dit land een Ambassade openen.

In Mali zijn we nog lang niet zover maar er is weer perspectief voor de miljoen Malinezen die hun land verscheurd zagen door een giftige combinatie van slecht bestuur en extremisme. Een mix die je helaas in vele landen wereldwijd aantreft. Een Malinees verbod op muziek was vijf jaar geleden onmogelijk en gelukkig is de muziek door Koite weer overal te horen.  Het komt er nu op aan dat de Malinese partijen effectieve uitvoering geven aan het prille vredesakkoord dat na lang praten en onderhandelen tot stand is gekomen.

Er is een kader, maar de Malinese regering en de gewapende groepen moeten bereid zijn om oude patronen te doorbreken en samen het land te hervormen en moderniseren. Dat gaat verder dan een staakt-het-vuren of demobilisatie. Het gaat ook om verdeling van politieke en economische macht, om goed bestuur, een functionerende rechtsstaat en opbouw van een economie die profiteert van legitieme handelsstromen door de Sahel en Sahara in plaats van drugssmokkel en mensensmokkel; een probleem dat ons in Nederland nu rechtstreeks raakt en perfect laat zien hoe veiligheid in Mali samenhangt met onze discussie over migratie. Hoezo? Buitenlands beleid best belangrijk, zou ik willen zeggen.

Mali kan weer van alle Malinezen worden, van alle Malinese regio’s en etnische groepen. De internationale gemeenschap, inclusief Nederland, is een betrokken toezichthouder van het vredesproces, maar de Malinezen zijn aan zet.

Wonen, werken en leven in een ander land is een voortdurende reality check: wat het betekent om ‘anders’ te zijn, wat de verwachtingen van de mensen om je heen zijn, wat het praktische gevolg van westerse politiek is. Nu is die confrontatie met de alledaagse werkelijkheid van het leven in een ander land voor de witte expat – zoals ik die was – nogal overzichtelijk. Mooier, rauwer en confronterender tegelijk lees je het in boeken van mensen als Chimamanda Ngozi Adichie (Americanah) en NoViolet Bulawayo (We Need New Names), over het leven van jonge Afrikaanse vrouwen in de VS.

Toch heeft dit leven het mij van een aantal waarheden doordrongen: de kern van respect voor Afrikanen ligt in Afrikaans ownership. Tegelijkertijd onderstreep ik dat die term ‘ownership‘ – bezit/ eigen beheer – wat anders is dan toepassing van de slogan ‘Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen’. In deze wereldsamenleving zijn we allemaal betrokkenen en voelen we allemaal de gevolgen van ons doen en laten. Kritisch meedoen aan grote geïntegreerde VN-operaties hoort erbij. Want ontwikkeling stagneert als conflict en corruptie samenkomen. Alleen de armen vermenigvuldigen zich dan in een troosteloos bestaan.

Nieuwe diplomatie

Ik sta hier nu als minister van BZ en ik kan jullie verzekeren: onze betrekkingen met Afrika zijn nu echt compleet van karakter veranderd. Voor wie het nog niet echt doorhad: de tendensen die we in 2009 bespraken hebben geleid tot een kwalitatieve omslag. Stond een diplomatiek bezoek voordien in het teken van de ontwikkelingsrelatie en de problemen van het Afrikaanse continent, de gespreksagenda anno nu ziet er heel anders uit. Vluchtelingen, internationale vrede en veiligheid, de financiële stabiliteit, handelsrelaties en internationale politieke vraagstukken zoals die ons raken staan op de voorgrond. Diplomatie in Afrika is gaan lijken op die met Azië of Amerika, en velen hebben het daar moeilijk mee.

Het kost ons grote moeite de nieuwe uitdagingen van onze tijd – uitdagingen zoals wij die hier in Europa ervaren – te vertalen in doeltreffende en doelmatige politiek. In Nederland en in Europa, en jegens de landen en regio’s die ons omringen. Europa blijkt analfabeet, zeker als het om Afrika gaat.

We richten ons tot onze Afrikaanse zuiderburen met steeds meer vragen en verzoeken. Remigratie, terugkeer en overname, effectieve grensbewaking, registratie en huisvesting van migranten –de agenda van nu is een compleet andere. Over een paar dagen komen we bijeen in La Valletta op de grote migratie-top van de EU en de rollen zijn omgedraaid: Europa heeft problemen en is daarom de vragende partij. Dat maakt wat mij betreft de weg vrij voor een New Deal: belangen zullen met begrip voor de ongelijkheid van de spelers uitgeruild moeten worden. En dat zet Afrika – gelukkig – strategisch op de kaart. Ik kom daar nog op terug.
En vragen betekent onderhandelen, geven en nemen. Veel te lang hebben we gedacht dat alleen de Afrikanen de vragende partij was. We hadden immers hulp in de aanbieding, en onze moderne samenlevingsvormen die we ze best wilden aanleren: luister naar ons, word als wij! En dan kon er ook nog een graantje meegepikt worden.

Al in 2007 toen ik voor het eerst als minister sprak op de Afrikadag benadrukte ik dat we moesten leren luisteren. En ik gaf toen ook meteen toe dat zoiets ons, mijzelf incluis, niet makkelijk afging.

Ons past ook bescheidenheid. Nieuwe diplomatie onderkent dat oplossingen zelden uitsluitend van de overheid komen. Het handelingsperspectief van overheden is beperkt en hun oplossingen leveren niet altijd het gewenste resultaat op. Soms kan financiële ondersteuning helpen, maar meestal zijn méér instrumenten nodig. Diplomatie betekent vaak: partijen bij elkaar brengen en het gesprek aangaan met veel verschillende spelers. Niet alleen met regeringen, maar ook met maatschappelijke organisaties, bedrijven, kennisinstellingen, enzovoorts. Nederland moet dus breed engageren met Afrika om gezamenlijke oplossingen te vinden. En hoewel velen dat geweldig doen en deden, viel mij opnieuw in Mali op dat velen dat toch maar het liefste deden met de gebruikelijke gesprekspartners in de hoofdstad. En daardoor de boot misten als het ging om nieuwe risico’s; zoals de veiligheidsgevolgen van de verwoestijning in de Sahel. Maar ook geen kansen grepen om met de juiste privéondernemers in dat nomadisch gebied een regionale macht te creëren. Die creativiteit is juist waar de huidige uitdagingen om vragen.

Nieuwe bondgenoten voor Afrikaanse landen

Ik vertel jullie niets nieuws. Europa is een van de vele partijen in Afrika geworden. En dat moet goed opgeslagen worden. Opkomende mogendheden als Brazilië, Rusland, India en China drukken hun stempel op de traditionele geopolitieke verhoudingen in de wereld. Zuid-Afrika is tot dit gezelschap – omgedoopt tot de BRICS – doorgedrongen, ternauwernood weliswaar, maar toch.

Landen als China, Brazilië en Turkije verzetten hun bakens, en wij op onze manier ook: China heeft nu 58 diplomatieke vertegenwoordigingen in Afrika. Brazilië verdubbelde zijn postennetwerk op het continent en heeft er nu 36 vertegenwoordigingen. Turkije heeft in de afgelopen jaren in Afrika veertien nieuwe ambassades geopend. Terwijl wij ze hebben gesloten. Ons ambassadegebouw in Zambia is door Turkije overgenomen. Mijn peacekeepers vlogen naar huis, terug naar Azië of Europa, met Turkish Airlines: het snelst en het goedkoopst.

Deze nieuwe politiek-diplomatieke en economische belangstelling leidt tot een groeiend Afrikaans zelfbewustzijn: bij individuele landen, zoals Nigeria en Zuid-Afrika, maar ook bij de regionale samenwerkingsverbanden, waarvan de Afrikaanse Unie het belangrijkste is.

Zij bemiddelt bij moeilijke conflicten, zoals in de Centraal Afrikaans Republiek en tussen Sudan en Zuid-Sudan. De AU neemt vaker de leiding bij de bestrijding van regionale conflicten: voorbeelden zijn AMISOM, UNAMID en de jacht op de LRA. De AU is voor Europa en voor Nederland belangrijk, ook omdat er veel voorbereidend werk wordt gedaan voor de opstelling van de Afrikaanse landen aan internationale onderhandelingstafels.

De opkomst van de AU neemt het belang van goede relaties met individuele Afrikaanse landen natuurlijk niet weg. Het is als met de EU: besluiten worden misschien in Brussel genomen, individuele hoofdsteden bereiden ze voor en voeren ze uit. Wie de belangen van de lidstaten niet kent, zal voor verrassingen komen te staan.

Lessen sinds 2007

De eerste keer dat ik als minister deze dag toesprak was in 2007. Ik grijp nog 1 keertje terug op het verleden. Het is aardig om even terug te blikken op wat ik toen verwachtte en ons af te vragen: wat is daarvan gekomen?

Hoe fout heb ik het gehad, en wat betekent dat voor bescheidenheid en ambitie? Het beeld is gemengd. Zo was ik erg pessimistisch over het behalen van de Millennium-doelen. Die scepsis is gelukkig niet gerechtvaardigd gebleken. Er is – als je het over de hele wereld bekijkt – een economische inhaalslag gemaakt door de armere landen. De verschillen tussen landen waren onwaarschijnlijk groot. Door de snelle groei in Azië en een aantal landen in Afrika is de ongelijkheid tussen landen afgenomen is. Dat is grote winst. Het aantal Lage Inkomens Landen is dan ook afgenomen van 63 naar 30.

Maar het is niet alles goud dat er blinkt. Binnen landen zijn de verschillen vaak sterk toegenomen: in de praktijk zijn de armen weliswaar minder arm, de rijken zijn nog veel rijker. De middenklasse in Afrika groeit maar mondjesmaat en dat is zorgelijk. Afrika de-industrialiseert en de groei van de afgelopen jaren zakt in vanwege ‘ het nieuwe normaal’ in landen als China. Een economische groei die niet duurzaam en eigenstandig gericht is op transformatie van de landbouw en duurzaam werk in industrie in diensten, kan armoede niet keren. In de internationale handelsbalans schiet Afrika te kort.

Zonder een groeiende middenklasse is stabiliteit, veiligheid en democratisering moeizaam te bereiken. De groei is niet eerlijk verdeeld. Groei moet gedeelde groei zijn, of inclusieve groei zoals het jargon voorschrijft.

En dat speelt niet alleen in China of Afrika. Het debat rond het werk van Thomas Piketty lijkt theoretisch maar is heel relevant. The bottom line van zijn analyse is dat bezit meer inkomen genereert dan arbeid. Voor een groeiende groep mensen is het steeds moeilijker om serieuze bezittingen te verwerven. En zij krijgen ook moeilijker toegang tot allerlei vormen van – kort gezegd – maatschappelijk kapitaal, onderwijskansen voorop. Een plek in de middenklasse is niet blijvend gegarandeerd Dat maakt ook de Europese samenleving fragiel en het schept een voedingsbodem voor ressentimenten. Ik noem dit hier omdat ik denk dat dit fenomeen een Europese reactie op het vluchtelingenvraagstuk moeilijker maakt, omdat de migranten eerder met arme Europeanen zullen concurreren dan met de rijken. Ik kom aan het eind hierop terug.

Of je kijkt naar landen in Europa of in Afrika: je ziet meer naties die intern verdeeld zijn. De gevolgen zijn er naar.

Want er is een duidelijke relatie tussen armoede en uitsluiting aan de ene kant, en destabilisatie, fragiliteit en conflict aan de andere. Die druk moet ergens een uitweg vinden.

De evolutie heeft ook de mens twee systemen gegeven om te reageren: fight or flight, vechten of vluchten. Dat zie je mensen dan ook doen. Migratiebewegingen en vluchtelingenstromen zijn het gevolg. Of men komt in verzet. Voor meer democratie, meer vrijheid, minder dictatuur en nepotisme, minder corruptie. Dat gebeurde in Oekraïne, in de Arabische wereld. In Zuid-Afrika voeren studenten succesvol actie tegen collegegeldverhogingen.

De grappige paradox die je in een land als Ivoorkust ziet, is dat jonge mensen een derde vorm van escapisme kennen: zij internaliseren hun armoede niet door af te zien van consumptie, maar door hun consumptie juist extreem op te voeren. Het hebben van de juiste merkkleren, de hipste schoenen, het vetste mobieltje, het meest coole horloge, vals of echt, het doet er niet toe: the politics of bluff, daar gaat het om.

De mensen die het doen noemen ze Bluffeurs. Het bizarre – in onze ogen – is dat les Bluffeurs kunnen ontsnappen aan hun status door tegenovergesteld eraan te handelen. Dat is een hypermodern trekje middenin een zich veranderende samenleving.

Maar zeker is helaas ook dit: het zijn niet alleen democratische bewegingen die een voedingsbodem vinden in armoede en uitsluiting, ook radicale groepen in profiteren ervan. Een beweging als Boko Haram vond aanvankelijk rekruten onder religieus gemotiveerde jongeren. Uit onderzoek blijkt dat de motieven om toe te treden tot Boko Haram meer sociaaleconomisch zijn geworden. De conservatieve, rurale islam in Afrika heeft plaatsgemaakt voor teleurgestelde, geradicaliseerde migranten die nu niet collectief maar in kleine groepjes hun extremisme belijden, vaak extern gefinancierd. Of die ‘accidental terrorist‘ worden met een aanbod van Mr Marlboro, zoals terroristenleider Belmokhtar het heeft uitgedrukt. Voor een pakje sigaretten kun je schakel worden in een mensensmokkelroute in de Sahel.
Het bewijst eens te meer dat we politiek niet van economie kunnen losmaken.

Als we zoeken naar een politieke oplossing van problemen in landen als Syrië en Oekraïne, Nigeria of Mali, Somalië en Jemen – om enkele landen te noemen die liggen in de ring van instabiliteit rondom Europa en hoe verschillend ze zijn – kunnen we dat niet doen zonder aandacht voor de economische en morele omstandigheden in die landen. Politieke oplossingen werken alleen onder duidelijke economische voorwaarden, eventueel van buiten gesteund met militaire, politionele of juridische middelen. Bij dat laatste denk ik dan aan steun bij de opbouw van rechtstatelijke structuren, aan internationale tribunalen, en ook aan steun voor waarheidsvinding en verzoening. Onze 3D- benadering die we in dit kabinet hebben geprioriteerd, heeft dat ook sinds 2007 helemaal niets aan actualiteit verloren.

Dat is precies wat we doen in een land als Mali. Nederland zet zich in voor versterking van de rechtsstaat en terugkeer van de justitiesector naar de conflictgebieden in bijvoorbeeld Noord Mali, zoals dat eerder gebeurde in Mozambique. Op deze manier helpen we een belangrijke grondoorzaak van conflict en economische onderontwikkeling aan te pakken. Bottom-up in plaats van top-down; via bilaterale projecten en via de VN-missie MINUSMA. Het draait daarbij om de burger. De Afrikaanse burger die zijn overheid moet kunnen controleren en zijn recht moet kunnen halen. Nederland heeft bijvoorbeeld al ruim 600 juridische adviseurs opgeleid die in de dorpen en stadjes van Noord Mali rechtsbijstand verlenen, fysiek en mentaal ver weg van Bamako. Veel mensen vragen daar om veiligheid en justitie. Juist om de verschrikkingen die ze hadden meegemaakt, en dat soms boven voedsel en scholen.

Een woord van waarschuwing: als je niet uitkijkt, is het niet meer dan het technocratisch toepassen van een toolbox van liberaal-democratische instituties op Afrika. En dat klakkeloos doen, zal niet werken in Afrika. Wie ownership serieus neemt, moet zijn methodes willen aanpassen. En dat doen we dan ook.Ownership blijft wat mij betreft het kernwoord.

Wat is er nodig om tot synergie te komen?

Het beeld na 2007 is dus dit: onze verhouding is – nolens volens anders – en ik denk ook – gelijkwaardiger geworden. Onze relatie is meer evenwichtig, maar daarmee paradoxaal genoeg minder stabiel. En er is een groeiende samenhang tussen Afrikaanse problemen en Europese problemen. We hebben elkaar in de houdgreep en de vraag is nu: kunnen we synergie vinden tussen Europese oplossingen en Afrikaanse oplossingen? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we ons eerst afvragen wat we van elkaar willen.

Wat wil Afrika, in al zijn grootsheid en diversiteit, van ons? Allereerst: Afrika wil serieus genomen worden, dat we luisteren en niet dicteren, dat we ruimte bieden voor de opbouw van eigenwaarde en respect hebben voor de eigen waarden van Afrika. Het is de uitdrukkelijke wens van veel Afrikaanse leiders om te gaan van een ongelijkwaardige hulp- naar een gelijkwaardige hulp- èn handels- en investeringsrelatie. Maar dan is het wel en- en –en. Alleen gezonde en goed opgeleid mensen kunnen de economie duurzaam verder brengen. Daar ligt de scherpte van moderne ontwikkelingssamenwerking. Een gelijkwaardige belastingrelatie hoort daar bij, zodat de overheid thuis zichzelf kan financieren zonder dat de belastinginkomsten vooral naar rijke landen gaan.  Gelijkwaardigheid geldt ook in de immateriële sfeer: een gelijkwaardige mensenrechtendialoog, waar wij handelen vanuit respect voor de lokale omstandigheden. Niet via ‘afvinklijstjes’ de plaatselijke grondrechtencatalogus inventariseren, die tijd is voorbij. Het opleggen van mensenrechten via machtsstructuren werkt niet, onze mensenrechtendialoog zal dus zowel principiëler als gelijkwaardiger moeten worden.

De veranderende verhoudingen vertalen zich tegelijkertijd in de Afrikaanse wens om meer invloed te krijgen in de internationale besluitvorming, de zogenaamde global governance. Nederland heeft zich daar altijd hard voor gemaakt en langzaam komt er beweging in. In onze Veiligheidsraad-campagne staat een Afrikaanse stoel dan ook voorop.

Wat willen wij van Afrika?

Afrika biedt kansen, economische kansen door de aanwezigheid van hulpbronnen, een jeugdige beroepsbevolking, een potentiële afzetmarkt. Afrika is mensrijk en koestert zijn diversiteit net als wij dat doen. Nu China een tikje hapert, is het zaak daadwerkelijk met Afrika te werken in waardeketens, werk, en eigenstandige economische ontwikkeling. Daar ligt een wederzijds belang.

De toenemende instabiliteit in een aantal Afrikaanse regio’s maakt het moeilijker om die kansen ten volle te benutten. Bewegingen die een radicale ideologie paren met terreur, geweld en onderdrukking, winnen terrein. De instabiliteit heeft geleid tot een migratiedruk op Europa die op veel plaatsen moeilijk beheersbaar lijkt. Bedreigingen van vrede en veiligheid in Afrika zijn geen plaatselijke fenomenen meer, ze hebben een internationale en intercontinentale uitstraling.

De instabiliteit in de directe omgeving van Europa drukt ons met de neus op de feiten. We kunnen ons niet afsluiten van de problemen van onze buren. In een wereld met open grenzen en menselijke vrijheden zijn buren verplicht elkaar te helpen. Stabiliteit is een gedeeld belang. Vrede en veiligheid, radicalisering en migratie, ze hangen hier allemaal mee samen, in steeds verder uitbreidende concentrische kringen: de verwevenheid van de problematiek van de Maghreb met die van de Sahel, en van de Hoorn met die in Jemen is, zeker na het uiteenvallen van Libië, meer dan duidelijk. Wij willen dus wat van Afrika!

Zo’n 15 jaar geleden was het heel moeilijk om een bijdrage te vragen aan dit soort gemeenschappelijke vraagstukken die we nu de global public goods and bads noemen. Maar nu is meer dan ooit ook debrain-drain voor veel Afrikaanse leiders een kernprobleem.

Vandaag liggen deze vraagstukken op de Europese en de Afrikaanse stoep en daardoor is er ruimte voor samenwerking en onderhandeling. Onze vraag aan Afrika is nu dan ook: laten we werken aan een gedeelde agenda voor migratie en veiligheid. In die zin zijn wij gedwongen- misschien wel voor het eerst – tot meer gelijkwaardigheid. Ik zou daarbij een aantal kernpunten willen benoemen.

Ten 1e, landen waar het goed gaat steunen, en ondersteunen van pivotal states. Het is allereerst van belang ons niet puur en alleen te concentreren op de plekken waar het misgaat, of mis is gegaan. We moeten kansen pakken waar ze zijn. Landen als Kenia en Mozambique zie ik als voorbeelden. Niet alles gaat goed: terrorisme, aanslagen, moeizame verhouding met het Internationaal Strafhof zijn een feit. Tegelijkertijd is het een feit dat dit pivotal states zijn die een regionale uitstraling hebben. Dat gaat met vallen en opstaan, daar moet je bij blijven. Landen waar we van dachten dat het goed ging zijn niet ongevoelig voor instabiliteit en terugval. Neem Ivoorkust, daar gaat het gelukkig weer beter en gaan we onze ambassade heropenen. Buurland Ghana is ander voorbeeld. De hulp en handel agenda van collega Ploumen sluit hier goed bij aan.

Ten 2e, aanpak van radicalisering.

Wie zoekt naar de wortels van de instabiliteit, vraagt zich als snel af wat de aantrekkingskracht is van radicalisme. Ik zie 2 – elkaar versterkende – trends in de afgelopen 6 jaar: onder moslims in Afrika is een toename van radicaal gedachtegoed waar te nemen en dat manifesteert zich op meerdere plaatsen. Er is niet één geografische hot spot: zie Mali, Nigeria, Somalië/Kenya. De populariteit van radicaal gedachtegoed is niet alleen gevoed door externe ‘hersenspoeling’. Het wint vooral aan populariteit door de toename van plaatselijke woede over (al dan niet veronderstelde) lokale dan wel globale misstanden: het idee dat het Westen oorlog tegen moslims voert, is er 1 van.

Indicatoren die wijzen op radicalisering zijn vaak op voorhand te herkennen. Moeilijker is het om te voorspellen wanneer dit leidt tot geweld. Je kunt wel risicofactoren aanwijzen. Bijvoorbeeld wanneer etnische en religieuze scheidslijnen samenvallen. Of wanneer er eerder conflicten zijn geweest en de overheid opstanden snel met groot geweld neerslaat (denk aan Kenya of Nigeria). Op die plaatsen is de kans op geweld groot.

Ik haast me te benadrukken dat er geen 1-op-1 verband bestaat tussen de verspreiding van radicaal islamitisch gedachtegoed en het uitbreken van geweld. Wel vergroot radicalisering de kans op gewelddadig extremisme.

Grondoorzaken zijn bijna altijd een combinatie van lokale sociaaleconomische en maatschappelijke factoren en ideologische motieven. En de basis is steeds dezelfde: sociale onvrede, gevoed o.m. door: gebrek aan perspectief, door slecht bestuur en ontoereikende basisdienstverlening die ruimte biedt aan parallelle (externe, ideologisch gedreven) structuren. Grensoverschrijdende criminaliteit en grondstoffenproblematiek kunnen katalyserend uitpakken en geweld in stand houden dan wel opvoeren. Op dit punt neemt Nederland initiatieven als covoorzitter van het global Counter Terrorism Forum, repressie en preventie geven elkaar de hand.

Ten 3e, investeren in vrede en conflictpreventie.

Al deze factoren samengenomen vergroten het gedeelde belang van landen in Afrika en Europa om gezamenlijk op te treden tegen dreigingen. Het is dan ook cruciaal om regionale inspanningen voor stabiliteit te intensiveren. Onze grootste internationale militaire operatie op dit moment is daarom ook in Afrika. We doen dat uit solidariteit. Maar ook uit eigen belang: verantwoordelijkheid nemen voor stabiliteit in de directe regio nabij de EU. Zo helpen we voorkomen dat een implosie van Mali leidt tot groei van terrorisme en stroom van vluchtelingen. De anti-terreuragenda is niet de enige drijfveer. Het is een agenda die gebouwd is op solidariteit met mensen die in gevaar zijn, die gericht is op de bescherming van burgers – Protection of Civilians.

Ten 4e, uitdaging vluchtelingen en migratie.

Veiligheid was al deel van onze 3D-benadering. Vluchtelingen en migratievraagstukken worden daar nu ook bij betrokken. En de migratieagenda smeekt om samenwerking met Afrika. Migratie betekent voor ons de uitdaging om mensen op te vangen en om perspectief te bieden. Maar migratie stelt ook Afrika voor uitdagingen, en dan heb ik het niet alleen over de regionale opvang. Ik heb het al gehad over debrain drain. En ik heb het over een verlies aan cohesie: de massale uitstroom van jongeren zet de levensvatbaarheid van gemeenschappen onder druk. Uiteindelijk ontkomen we niet aan het bevorderen van duurzame vrede en ontwikkeling, hoe moeilijk die 2 zaken ook zijn te bereiken. Maar dat kan alleen met de juiste hoeveelheid bescheidenheid en realiteitszin, en door breed de dialoog aan te gaan – dus niet alleen met overheden.

Grensbewaking, terrorisme, smokkelaarsnetwerken: daar ligt ruimte voor onderhandelingen. Op basis van eigenbelang, dat leidt tot concrete resultaten.
Tijdens de Valletta Top is er uitzicht op een daadwerkelijke ‘New Deal’, waarin een duidelijke uitruil van belangen plaatsvindt: Europa verwacht en krijgt opvang in de regio, terugkeersamenwerking, betere grensbewaking. Afrika verwacht meer financiële steun, mogelijkheden voor legale migratie, politieke dialoog en visaverruiming. Dat pakket moet zo concreet mogelijk zijn. En verdient dan daarna concrete vertaling op landenniveau. Het recente Actieplan EU-Turkije is een goed voorbeeld van een dergelijk partnerschap.

Ten 5e, complexe problemen, toch heldere keuzes en concrete stappen.

Dit zijn stuk voor stuk grote uitdagingen die sterk met elkaar samenhangen. Dat betekent niet dat we verlamd moeten raken. Er zijn dingen die we kunnen en die we ook moeten doen. En nu kom ik niet met een lijstje van dingen die ik vind, of het kabinet vindt dat onze Afrikaanse partners moeten doen, maar wat we zelf op orde moeten hebben en waar we zelf kunnen bewegen. Ik zie een nationale en een internationale dimensie:

In Nederland moeten we serieus werk maken van het opheffen van verschijnselen van sociale uitsluiting.

Dit kabinet heeft zijn best gedaan, ondanks de smalle marges van de crisis. Ik ben niet voor potverteren als het weer beter gaat, maar uitsluiting vraagt om veel meer aandacht. De mondiale periferie komt naar het centrum, en onze eigen periferie verweert zich, met begrijpelijke redenen. Als minister van Buitenlandse Zaken zeg ik: voor het draagvlak van een rechtvaardig en humaan buitenlandbeleid kunnen we de ongelijkheid in onze eigen samenleving niet negeren. En dan gaat het, net als in het zuiden, om kansen, perspectief en bestaanszekerheid. Om onderwijs en om werk, om zorg en om huisvesting. Niet alleen voor mensen die in de azc’s, ook voor de mensen die in de buurt van azc’s wonen.

In het buitenland speelt natuurlijk heel veel, ook Syrië en Midden-Oosten, maar laat ik het tot Afrika beperken: we zullen onze bijdragen in de regio’s met voortsluimerende of dreigende instabiliteit moeten voortzetten en wellicht opschalen. En ik zeg regio’s omdat we naast de steun aan multilaterale inspanningen in individuele landen – de Congo, Somalië, Mali etc. – steeds meer oog krijgen voor de regionale dimensie. Dat betekent diplomatiek en anderszins de relatie met landen in de Sahel en de Hoorn verstevigen.

Agenda voor actie: politieke agenda

Ik zou de politieke agenda met 1 woord willen samenvatten: gelijkwaardigheid.

  • Gelijkwaardigheid staat voorop, laten we eindelijk afrekenen met de afhankelijkheidsrelaties van vroeger – It’s the 21st century.
  • Gelijkwaardigheid in global governance via hervorming van de VN Veiligheidsraad.
  • Gelijkwaardigheid in handel, investeringen en belastingregimes.
  • Gelijkwaardigheid in de dialoog over mensenrechten.

Zoeken naar samenhang is essentieel, via brede allianties met gelijkgezinde landen en regio’s, en door heel precies diplomatie, defensie en OS met elkaar in verbinding te houden. En principieel strijden tegen de kleptocratie, tegen de criminele circuits, tegen de fanatici en principieel partij kiezen voor de armen, voor de middenklasse, voor de jeugd.

Die politieke agenda vertaalt zich in praktische actie, over een breed spectrum van onderwerpen: jeugd, economie, veiligheid, migratie, alles vanuit het gedeelde perspectief van gelijkwaardigheid en van respect.

Jeugd

Een sleutel tot grotere stabiliteit en minder migratiedruk is een einde maken aan het volstrekt negeren van een nieuwe generatie Afrikanen. De jeugd wordt vergeten. Daarom is het zo belangrijk dat Lilianne Ploumen hernieuwde prioriteit heeft gegeven aan werkgelegenheid voor de jeugd. Nederland heeft hernieuwde prioriteit gegeven aan werkgelegenheid voor de jeugd. Daarvoor is 50 miljoen euro opzij gezet. Ik roep iedereen op om prioriteit te geven aan de jonge generaties:

  • Bedrijven door jongeren een kans te geven met on the job training en stages;
  • Financiële instellingen door de drempel voor jongeren te verlagen om financiering te krijgen;
  • Maatschappelijke organisatie om rechten van jongeren te verdedigen, ze te steunen in het krijgen van vaardigheden voor de arbeidsmarkt;
  • En ik roep overheden op om te investeren in onderwijs dat voorbereidt op een baan en op het leven.

Migratie

De EU-Afrika migratietop in Valletta vormt de start van een New Deal.

Een New Deal betekent een veel betere erkenning van de samenhang tussen de bilaterale relatie, buitenlandse politiek, ontwikkelingssamenwerking en de aanpak van de grondoorzaken voor migratie. Als Nederland brengen we dat ook in de praktijk:

  • Nederland steunt terugkeer en herintegratie van slachtoffers van mensenhandel, en van migranten die onderweg naar Europa zijn gestrand in landen als Marokko of Egypte.
  • We dragen bij aan versterking van grensbewaking en aan de aanpak van mensensmokkel. Samen met de Internationale Organisatie voor Migratie steunen we de Somalische overheid bijvoorbeeld bij grensmanagement.
  • We dragen bij aan verbeterde opvang in de regio, zoals met een project in noord-Ethiopië voor Eritrese vluchtelingen.
  • Nederland gaat de komende jaren het EU Regionaal Ontwikkelings- en Beschermingsprogramma voor de Hoorn van Afrika leiden. Dat programma versterkt de mogelijkheid om de migratiestroom in goede banen te leiden en om migranten te beschermen.

Economie

Het kabinet gaat door om dit structureel in te bedden in samenwerking gericht op duurzame, inclusieve economische ontwikkeling. Gelijkwaardigheid moet hier ook het uitgangspunt, en dat kan alleen als we de ongelijkheid serieus nemen. Dat is de paradox!

Wederzijdse economische ontwikkeling moet centraal staan – dat is precies de wens die ik hoor als ik spreek met Afrikaanse regeringen, organisaties en bedrijven.

De ambities zijn groot en terecht. Om de nieuwe Global Goals te halen, zijn juist in Afrika grote investeringen nodig.

Slot

Het is de 4e keer dat ik als minister hier mag spreken, op deze Afrikadag. Tegelijkertijd ben ik een debutant: bij mijn weten is het een primeur dat hier de minister van Buitenlandse Zaken staat. Mijn betoog is dan ook anders geweest dan wat jullie van me gewend zijn. Maar de kern van mijn verhaal is dezelfde van 6 jaar terug: laat het verleden niet de norm, laat cynisme niet ons richtsnoer zijn. Afrika en Europa moeten naar een nieuw internationaal partnerschap voor stabiliteit op basis van gelijkwaardigheid en gedeelde belangen.