13 januari 2016

SPD-Congres in Berlijn

Op het tweejaarlijkse congres van de SPD ( van 10 tot 12 december) stonden 7 thema’s geagendeerd om de koers te bepalen naar de verkiezingen van de Bundestag in september 2017. Maar zoals vaker bij partijcongressen haalde de actualiteit de planning in.

Het overheersende thema werd de vluchtelingenpolitiek en in directe samenhang hiermee de te voeren buitenlandse politiek voor vrede en veiligheid.

Met uitzondering van de thema’s Familiepolitiek en de Trans-Atlantische Vrijhandel kwamen de overige geagendeerde thema’s, zoals Digitaal Leven en Toekomst van Arbeid in de zijlijn terecht, ook omdat deze onderwerpen niet of weinig omstreden waren.

Over het vluchtelingenbeleid hield Malu Dreyer, sinds 2013 Minister-President van Rheinland-Pfalz, de inleidende rede die begon met:

“Ook ik wil jullie graag over een vluchteling vertellen, over een jonge man, 20 jaar oud. Hij vlucht voor terreur en politieke vervolging uit zijn vaderland. Hij is jong, gemotiveerd en politiek geëngageerd. Hij vlucht naar een ander land, op zoek naar veiligheid, vrijheid en op zoek naar democratie. Dit alles vindt hij in een ander land. Hem werd de mogelijkheid gegeven een Hogeschoolstudie af te ronden. Na een aantal jaren neemt hij zelfs de nieuwe nationaliteit aan. Hij trouwt. Maar hij vergeet zijn vaderland nooit. Hij verbindt zich met de democratische krachten daar. Hij ondersteunt van veraf, waar hij kan. Jaren later is de oorlog voorbij. De jonge man keert naar huis terug. 24 jaar later wordt hij gekozen tot Regeringschef en krijgt enige jaren later de Nobelprijs voor de Vrede.”

Die vluchteling was Willy Brandt. De bondskanselier die in 1972 de Oostpolitiek vorm gaf die uiteindelijk in 1989 leidde tot de val van de Muur. Zijn geschiedenis onderstreept waar de sociaaldemocratie in Duitsland ook nu voor staat. Voor mensen die zoeken naar veiligheid. Voor mensen die strijden voor gerechtigheid.

Met deze uitspraken typeerde Dreyer de houding van de SPD in het vluchtelingenbeleid.

De toestroom van vluchtelingen naar Duitsland is enorm,  1,1 miljoen mensen in 2015. En naar verwachting in 2016 niet minder. (Omgerekend naar de schaal van Nederland zijn dat circa 220.000 mensen, bijna 4x zoveel als er in ons land zijn aangekomen.)

Dreyer benadrukte vervolgens dat deze toestroom veel mensen onzeker maakt. Om onzekerheid weg te nemen en de integratie van vluchtelingen te laten slagen zijn gelijke kansen op onderwijs , werk en wonen voor iedereen, voor hen die hier wonen en voor hen die als vluchteling binnenkomen,  een voorwaarde. Maar ook op andere fronten zijn antwoorden nodig. Met dit tempo van instroom lopen gemeenten tegen fysieke grenzen aan. Voor opvang en integratie is veel geld en menskracht nodig.

Maar bovenal is een krachtige reactie op de valse antwoorden van de populisten nodig. Mensen mogen niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Moslims niet tegen vrouwen en werklozen niet tegen vluchtelingen. Dat vergt moed en die hebben sociaaldemocraten eerder getoond. Wat zeker ook niet helpt voor een succesvolle integratie is het begrenzen van gezinshereniging. In 2013 luidde een verkiezingsaffiche van de CDU: “Elke familie is anders. En voor ons bijzonder belangrijk”. Daaraan wil de SPD de CDU houden.

Voor deze rede kreeg Malu Dreyer zeer grote bijval. Op 13 maart 2016 zijn er in haar deelstaat, Rheinland-Pfalz, verkiezingen. De tegenkandidate van de CDU, Julia Klöckner, is een bestuurlijk talent. Of de rechtse populisten de kiesdrempel halen lijkt nauwelijks nog een vraag. De verkiezingsstrijd wordt spannend en de uitslag kan op termijn bepalend zijn voor de stabiliteit of de onrust in de Duitse politiek.

Vluchtelingenstromen zijn een gevolg van conflicten. Bijdragen aan het vermijden, oplossen of verminderen van conflicten is de centrale doelstelling van het buitenlandbeleid van de SPD. Hierover hield de Minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, een gloedvol betoog, waarin hij het belang van moed in de politiek benadrukte. Om conflicten te verminderen en vervolgens op te lossen is moed nodig. Moed om te zeggen dat overleg met Rusland en Assad nodig is en dat militair optreden tegen de terroristen van IS onvermijdelijk is.

De Duitse sociaaldemocratie heeft wel enige ervaring om met moed bij te dragen aan vrede.

Willy Brandt begon de Oostpolitiek met toenadering te zoeken tot Rusland, midden in de Koude Oorlog. Helmut Schmidt week niet voor de RAF-terreur. Gerhard Schröder zei na de hereniging van Duitsland dat Duitsland nu in de buitenlandse politiek volwassen was geworden. Hij onderstreepte dit met een Duitse militaire bijdrage om vrede te realiseren in de Balkan. En met een nee tegen de oorlog in Irak. Meedoen in internationale verbanden om vrede dichterbij te brengen, dat is de hoeksteen van het Duitse buitenlandbeleid, zoals Steinmeier het samenvat.

Tenslotte, de verkiezing van het partijbestuur en dan met name van de partijvoorzitter en de 6 vicevoorzitters. Tegenkandidaten zijn er zelden, dus hun verkiezing staat wel vast. Het draait vooral om de mate van instemming. Veel meer dan bij ons is de uitslag een waardeoordeel over de kandidaat, niet alleen als partijbestuurder, maar indirect ook over zijn functioneren in zijn publiek-bestuurlijke functie. Aan dat waardeoordeel kan je moeilijk voorbij. Minder instemming dan 80%  wordt ervaren als een onvoldoende.

Twee jaar geleden haalde Sigmar Gabriel als partijvoorzitter 84%. De verwachting was nu enig verlies. Het werd 74%. Een domper, waarvan velen schrokken. Bij de vicevoorzitters waren Hannelore Kraft (Minister-President van Noordrijn-Westfalen) met 91% en Manuela Schwesig (Minister in de Bondsregering) met 92% de topscoorders. Van hen zullen we vaker horen.

Voor Gabriel geldt: bij tegenslag wijk je niet.

De door Steinmeier al eerder geciteerde uitspraak van Willy Brandt: “Vrede is niet alles, maar zonder vrede is alles niets” stimuleert genoeg om door te gaan en tegenstemmers te overtuigen.

Door Frits Strik, PvdA buitenlandreporter