16 november 2015

Jan Gruiters op de politieke ledenraad over de oorlog in Syrië

Op 14 november werd in Amersfoort de laatste politieke ledenraad van dit jaar gehouden, ditmaal over de thema’s internationaal en duurzaam. Eén van de deelsessies ging over de oorlog in Syrië. Jan Gruiters, algemeen directeur van PAX, verzorgde de inleiding en ging daarna in discussie met PvdA Kamerlid Marit Maij en de aanwezigen in de zaal over dit complexe onderwerp. Lees hieronder zijn bijdrage.

Het is moeilijk om onze aandacht, zo kort na het ontwaken van Parijs uit een vreselijke nachtmerrie, te verplaatsen naar de bittere realiteit van Syrië.

Ik zou kunnen wijzen op de cijfers. Er zijn sinds het begin van de opstand tegen Assad meer dan 250.000 mensen door oorlogsgeweld gedood en 1 miljoen mensen gewond. De levensverwachting in Syrië is met 20 jaar gedaald. Eén op de twee Syriërs is ontheemd. Eén op de vijf is zijn land ontvlucht. Syrië is wereldwijd de grootste ontheemden- en vluchtelingencrisis. En het einde is nog lang niet in zicht.

Ik zou kunnen wijzen op de drie VN-resoluties die sinds februari 2014 zijn aangenomen. Resoluties die een einde hadden moeten maken aan de aanvallen op burgers. Aan de willekeurig arrestaties, ontvoeringen en martelingen. Aan de belegering van steden. Maar desondanks is het geweld geïntensiveerd. De aanvallen op burgerdoelen zijn alleen maar toegenomen. En de humanitaire hulp blijft beperkt en chronisch onder-gefinancierd.

Ik zou kunnen wijzen op de voortdurende escalatie van illegale aanvallen op burgers. Eerst namen scherpschutters onschuldige burgers onder vuur. Toen zette Assad tanks in tegen de geweldloos protesterende bevolking. Daarna werd er met artillerie op burgers geschoten. Vervolgens zette hij chemische wapens in. En nu bombardeert Assad’s luchtmacht dagelijks bevolkingscentra. De clusterbommen en vaatbommen zijn gericht op bakkerijen en markten, op ziekenhuizen en scholen. 90% van de slachtoffers is burger.

Ik zou kunnen wijzen op lessen uit het verleden. Dat ISIS niet de oorzaak is van de crisis in het Midden Oosten maar het gevolg daarvan. Dat je een ideologie niet kunt weg bombarderen. Dat luchtacties zonder grondtroepen veelal uitdraaien op spectaculaire mislukkingen.

Maar dan nog hebben we geen idee wat er in Syrië gebeurt, wat er in Syriërs omgaat. Daarom wil ik enkele passages voorlezen uit een brief van Marcell Shehwaro. Zij is coördinator van Kesh Malek, één van onze partners in Aleppo.

Ze schrijft: “Waarom heb ik niet gehuild?” Dat is het enige wat er steeds opnieuw door mijn hoofd schiet wanneer ik denk aan het kleine meisje dat in stukken over de grond verspreid lag. Ik weet niets van haar. Ik kon haar leeftijd niet schatten. Maar ik weet wel nog hoe ik daar volledig uit het veld geslagen stond te kijken. Ik heb niet gehuild terwijl ze haar bij elkaar raapten. Ik heb niet geholpen. Ik heb niets gedaan, helemaal niets. Mijn lichaam was te druk bezig om mij staande te houden.

Ik had toen moéten huilen, maar misschien had ik al te veel gezien om het toe te laten. Dat vertel ik mezelf wanneer ik het meisje weer in mijn dromen zie verschijnen. Wanneer ik aan haar denk als ik vrolijk ben. Wanneer ik over haar begin terwijl ik met mijn partner over onze toekomst praat. De toekomst? Waarom heeft zij geen toekomst meer?

Ik ben nu al een jaar weg uit Syrië en misschien keer ik wel nooit meer terug. Het was een jaar vol ontkenning, schuldgevoelens, rouw en overgave. De heldin in mij is ver te zoeken. Mijn lichaam en geest hebben zich enorm hard moeten inspannen om de oorlog door te komen. Daarna ben ik volledig in elkaar gestort. Ik weet niet of het ziek klinkt om dit te zeggen, maar ik was daar beter op mijn plaats geweest, zo dicht bij de dood. Lachen was een heldendaad tegen de dood die altijd op de loer lag. Als ik hier in Turkije vrolijk ben, slaat dat gevoel direct om in een schuldgevoel en denk ik terug aan de dingen die ooit belangrijk voor me waren; dingen die ik heb gedeeld met dezelfde vrienden als waarmee ik regelmatig aan de dood ben ontsnapt.

Ik vraag me elke dag af of vrijheid echt zo waardevol is dat er zo veel mensen voor moeten sterven. Kunnen we écht zorgen voor verandering? Is de democratie waar we van dromen minder belangrijk dan we eerst dachten? Is het waar dat mensen niets kunnen veranderen als de mensen met geld er niet achter staan?

Alles waar je ooit in hebt geloofd is ver weg. Iedereen die je ooit door en door kende, is ver weg of verdwenen. Je familie is weg, alles om je heen is vreemd en nieuw en jij moet je aanpassen, ook aan je nieuwe zelf.

Ik probeer alle gedachten over de dood te verdrijven, voor zover een Syriër dat kan. Ik leg weer contact met vrienden en probeer te accepteren dat ik een slachtoffer ben. Ik heb medelijden met het slachtoffer in mij, maar ik houd van haar en ik bid dat ze sterker wordt en geduld heeft.”

Misschien zegt dat iets over de realiteit waarin veel Syrische burgers op dit moment leven. Vertwijfeld, verslagen en met nog maar een klein sprankje hoop.

Er liggen vanmiddag vier ongemakkelijke vragen op tafel waar ik kort op zal ingaan.

  1. Is een oplossing van het conflict mogelijk zonder een deal met het regime van Assad?

Je zou deze vraag ook kunnen omkeren. Is er een vreedzaam en inclusief Syrië mogelijk met Assad? Ik heb daar grote twijfels bij. En met mijn heel veel Syrische burgers. Er zijn meen ik drie punten van belang.

In de eerste plaats is het onderhandelingsproces dat zich nu aftekent in Wenen kansloos als op voorhand duidelijk is dat Assad buitenspel staat. Assad zal dus een rol moeten spelen, zeker in de eerste fases van onderhandeling.

In de tweede plaats is het belangrijk het doel voor ogen te houden. De eerste prioriteit in Wenen moet de bescherming van burgers tegen oorlogsgeweld zijn. En het einddoel moet een rechtvaardige vrede voor alle Syriërs zijn.

In de derde plaats is het belangrijk dat de Syriërs zelf zich kunnen uitspreken over de samenstelling van hun toekomstige regering.

Ik verwacht en hoop dat ergens in het onderhandelingsproces Assad van het toneel zal verdwijnen. Hij zou eigenlijk berecht worden in Den Haag. Maar de kans is groot dat hij zijn verdere leven zal slijten in een appartement in Moskou.

Of we hoopvol moeten zijn over Wenen? Wel, er is geen enkel levensvatbaar alternatief voor handen. Maar de problemen die overwonnen moeten worden zijn immens. En niemand heeft nog een idee hoe de elkaar uitsluitende belangen van Iran, Saoedi-Arabië, Turkije, Rusland en Amerika, van de oppositie en Assad zijn te verenigen.

Het lijkt me in elk geval van cruciaal belang dat Syrische burgers op één of andere wijze betrokken raken bij het onderhandelingsproces dat hun toekomst bepaalt.

  1. Maakt de oorlog tegen ISIS kans zonder een grondoffensief?

Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. De luchtaanvallen tegen ISIS zullen uitlopen op een mislukking als die niet zijn ingebed in een coherente en breed gedragen politieke strategie voor vrede in Syrië. En luchtoperaties die zich alleen op ISIS richten zullen zonder grondtroepen leiden tot verdere radicalisering zoals we nu in Syrië zien.

We weten allemaal dat ministers Koenders en Hennis van mening verschillen over de inzet van F16’s tegen ISIS. Het compromis dat beide ministers in hun brief aan de Kamer overeenkwamen is nogal raadselachtig. De interpretatie die ik er aan geef is: nu even niet, misschien later wel.

Voorstanders van de inzet van F16’s zeggen dat Irak en Syrie “één theater is” – wat een afschuwelijke term is dat toch. Maar ze gaan er aan voorbij dat het slagveld, de samenleving en de politiek ook met elkaar verbonden zijn. En de terreur in Parijs maakt opnieuw duidelijk dat interne en externe veiligheid evenzeer met elkaar verknoopt zijn.

Tot nu toe leidt de oorlog tegen ISIS vooral tot radicalisering in Syrië en sektarisme in Irak. Als we ISIS willen verslaan moeten we het vertrouwen onder de Soennitische gemeenschappen in Irak en Syrië herwinnen.

Overigens is het, ook na lezing van de Kamerbrief, volstrekt onduidelijk hoe effectief de militaire inzet tegen ISIS eigenlijk is. Amerikaanse bevelvoerders spreken daarover duidelijker taal: de strijd tegen ISIS is tactisch gestagneerd.

Er is nog weinig bekend over de aanslagplegers in Parijs. Maar als het klopt dat de aanslag vanwege Syrië is dan hebben we te maken met een wraakactie.

Natuurlijk moeten we niet wijken voor terreur. Maar wanneer breekt het moment aan waarop we de modus operandi van de strijd tegen het terrorisme en de oorlog tegen ISIS fundamenteel moeten heroverwegen?

  1. Verliezen we onze geloofwaardigheid als we samenwerken met Rusland en haar bondgenoten?

De internationale gemeenschap heeft in Syrië veel vertrouwen verloren vanwege zijn onmacht en onwil om burgers effectief te beschermen. In de ogen van veel Syrische burgers komt de internationale gemeenschap enkel in beweging als hun eigen nationale belangen in het geding zijn. Uit angst voor chemische wapens, voor ISIS of vluchtelingen.

Als we enkel afstemming zoeken met de Russen om ISIS te verslaan en daarbij Assad ongemoeid laten dan verliezen we inderdaad onze geloofwaardigheid. In elk geval in de ogen van veel Syriërs. En misschien ook wel in de ogen van extremistische jongeren in de Parijse banlieues.

Als we echter samenwerken met Moskou om te komen tot een staakt het vuren en een politieke oplossing dan zie ik daar geen enkel bezwaar in. De humanitaire tragedie in Syrië dwingt ons om samen te werken met landen waarbij we ons ongemakkelijk voelen. Ik ben eerlijk gezegd blij dat Rusland en Iran bereid zijn aan tafel te zitten met Amerika en Saoedi-Arabië.

  1. Wat kunnen we nu al doen om mensen in de vluchtelingenkampen perspectief op een betere toekomst te bieden?

De Syrische vluchtelingen zullen en kunnen alleen terugkeren naar hun land als het daar veilig is. Zolang dat niet het geval is zullen miljoenen Syrische vluchtelingen zich afvragen waar zij hun kinderen de beste toekomst kunnen bieden.

In Libanon verblijven 1 miljoen Syrische vluchtelingen, op een bevolking van 4,5 miljoen mensen. De grens met Syrië is vanaf het begin dit jaar gesloten.

Vluchtelingen hebben geen vluchtelingenstatus. Ze krijgen alleen een verblijfsvergunning als zij jaarlijks 200 dollar betalen, een sponsor hebben en beloven niet te werken. 67% van de vluchtelingen heeft geen verblijfsvergunning en loopt de kans op deportatie naar Syrië. Libanon beperkt de rechten van vluchtelingen met een beroep op de nationale veiligheid. Maar dat leidt er enkel toe dat de veiligheid van vluchtelingen verder afneemt en vluchtelingen in de illegaliteit verdwijnen en radicaliseren.

Intussen begint het geld van de vluchtelingen op te raken. Sommigen hebben geld geleend, anderen laten hun kinderen illegale arbeid verrichten. En het budget dat de UNHCR in 2015 nodig had voor de opvang van Syrische vluchtelingen is nog maar voor 51% gefinancierd – een grof schandaal.

Libanon is niet goed voor de Syrische vluchtelingen maar zoveel Syrische vluchtelingen is ook niet goed voor Libanon. Daarom moet de EU bijdragen aan het verbeteren van de rechten en omstandigheden voor vluchtelingen.

De politieke stabiliteit van Libanon is buitengewoon kwetsbaar, dat bleek deze week met de twee bomaanslagen in sjiitische wijken van Beiroet. Daarom is hervestiging van forse aantallen vluchtelingen naar andere landen onvermijdelijk. De EU moet Libanon dus niet alleen financieel steunen bij de opvang van vluchtelingen maar ook zelf bereid zijn vluchtelingen vanuit Libanon op te vangen.

Eén ding is zeker. Zolang de omstandigheden waaronder vluchtelingen in Libanon en andere landen verblijven niet substantieel verbeteren zullen vluchtelingen hun toekomst in Europa blijven zoeken.

Dat brengt ons terug bij waar we begonnen: de oorlog in Syrië. We kunnen het vluchtelingenvraagstuk, we kunnen het terroristisch geweld alleen onder controle krijgen door het beëindigen van de humanitaire catastrofe, door het realiseren van inclusieve en vreedzame samenleving in Syrië en in Irak. Dat is de grootste en meest urgente politieke uitdaging van deze tijd.

Er zijn nog altijd activisten die geloven in de toekomst en werken aan een nieuw Syrië. Vaak met gevaar voor eigen leven. Ze bouwen nieuw lokaal bestuur op. Ze werken aan goede verhoudingen tussen militaire commandanten en de bevolking. Ze geven onderwijs aan kinderen. Zij hebben de hoop op vrede nog niet verloren. Misschien omdat dat een luxe is die zij zich niet kunnen, niet willen veroorloven. En zolang zij de hoop niet opgeven moeten wij dat ook niet doen.

Door Jan Gruiters, algemeen directeur PAX