5 december 2012

Oppositie in Hongarije gaat de straat op

Hoewel de regering van Viktor Orbán nog steeds denkt de touwtjes stevig in handen te hebben, begint de oppositie tegen zijn regime langzaam vorm te krijgen.

Een goede gelegenheid om te laten zien dat er wel degelijk mensen zijn die nadenken over een alternatief voor deze regering was natuurlijk de herdenking van de opstand van 1956. 23 oktober is inmiddels tot nationale feestdag verklaard en behalve de officiële herdenkingen was er ook een grote manifestatie waar drie groeperingen gezamenlijk een tegengeluid lieten horen. Dé grote kanshebber om deze oppositie te gaan leiden is de partijloze Gordon Bajnai. Hij was van 2009 tot 2010 minister-president, omdat de positie van premier Gyurcsány onhoudbaar was geworden.

Demonstratie  tegen de Jobbik
De verkiezingen van 2014 lijken nog ver weg, maar helaas was er dit weekend (2 december) een goede reden om weer een grote demonstratie te houden. Maandag 26 november heeft Márton Gyöngösi, van de extreemrechtse Jobbik-partij, schaamteloze antisemitische uitlatingen gedaan. Tijdens een debat over het recente conflict in de Gazastrook zei hij dat het hem een goed idee leek om een lijst aan te leggen van diegenen in het parlement en de regering die Joods zijn. Zij zouden namelijk wel eens een gevaar voor de nationale veiligheid kunnen vormen.
Van vele kanten kwam heftige kritiek op deze uitlatingen. Kritiek op de Jobbik-partij natuurlijk, maar ook op de voorzitter van het parlement, die deze uitspraken liet passeren en op de regering, die zich niet echt gedistantieerd heeft.

De demonstratie was via een videokanaal van de Népszabadság (de enige lezenswaardige krant) rechtstreeks te volgen. Er waren vandaag drie belangrijke sprekers op het Kossuth plein, het grote plein bij het parlement. Bajnai, Mesterházy (voorzitter van de MSZP, de Hongaarse Socialistische Partij) en Rogán, de fractievoorzitter van de Fidesz. Deze laatste werd eigenlijk alleen maar gedoogd. Velen twijfelen aan de zuiverheid van zijn motieven om mee te doen. Het motto was NEM (“nee” in het Hongaars, nu gebruikt als afkorting voor: beweging tegen de neonazi’s).
Vele tienduizenden waren aanwezig, uit alle delen van het land. Ook de ambassadeur van Israël en van de V.S. lieten zich zien.  Op Europees niveau is de halfslachtige houding van de regering Orbán ten opzichte van de Jobbik veroordeeld.

PES veroordeelt de Jobbik en de houding van de Hongaarse regering
De voorzitter van de PES, Sergei Stanishev, ziet de taal van angst, vooroordeel en haat die door extreemrechts gebezigd wordt als een bedreiging niet alleen voor minderheden, maar ook voor de democratie in Hongarije en in Europa. Hij roept premier Orbán en zijn Fidesz-regering op duidelijk stelling te nemen tegen de Jobbik en alle banden met deze partij te verbreken.

De huidige regering heeft waarschijnlijk de neiging om zich weinig aan te trekken van deze kritiek. Toch is het belangrijk om Orbán scherp te blijven volgen. Maar ook om degenen die in verzet komen tegen het regime zoveel mogelijk te steunen.

Door Antje Koelewijn, PvdA Buitenlandreporter