5 november 2013

Max van der Stoel, held in Griekenland

Lees hieronder een artikel van oud-PvdA wethouder Arriën Kruyt over Max van der Stoel en zijn rol rondom de Griekse dictatuur. Dit artikel verscheen eerder in Lychnari, een tijdschrift over modern Griekenland.

Er is bij zijn overlijden veel geschreven over deze diplomaat pur sang. Zijn loopbaan is in hoge mate bepaald door zijn optreden tijdens het kolonelsregime in Griekenland (1967 – 1974). Voordien was Max van der Stoel alleen maar bekend in kringen van de Partij van de Arbeid en in het Nederlandse Parlement. Bij het grote publiek in Nederland en daarbuiten was hij onbekend. Door Griekenland werd hij zowel in Nederland als in Europa een persoon van internationale betekenis.

In die kolonelsperiode heb ik regelmatig contact met hem gehad. Hij was lid van de Tweede Kamer en werkte nauw samen met het Comité Vrij Griekenland en ik was voorzitter van de gezamenlijke Griekenlandwerkgroepen. Het Comité Vrij Griekenland was snel na de machtsgreep van de kolonels op 21 april 1967 opgericht en had een brede politieke samenstelling. Onder andere Hans Wiegel van de VVD was lid, evenals Kooijmans, die later voor het CDA Minister van Buitenlandse Zaken zou worden. De secretaris was een geëngageerde Amsterdamse advocaat, Mr J.H. Smeets. Andere leden kwamen uit de wetenschap en de cultuur. De Griekenlandwerkgroepen waren plaatselijke organisaties met een duidelijke concentratie in universiteitssteden.

De politici waren in grote verlegenheid gebracht omdat binnen de NAVO een dictatuur werd gevestigd. De NAVO werd geacht het vrije Westen te verdedigen tegen de dictatuur van het communisme. En toen ontstond er in Griekenland een militaire dictatuur. De Europese Unie was er nog niet. Wel bestond de Europese Economische Gemeenschap, maar daar waren nog maar zes landen lid van en Griekenland was daarmee verbonden via een associatieverdrag zonder veel betekenis.

De Raad van Europa was in 1948 opgericht en daar waren destijds meer dan twintig landen lid van, waaronder Griekenland. De Raad van Europa was de hoeder van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Max van der Stoel werd benoemd tot rapporteur van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa. Hij moest een rapport schrijven over de schending van de mensenrechten in Griekenland. Hij heeft dat met grote nauwkeurigheid gedaan. Hij bezocht Griekenland en sprak er met politici die huisarrest hadden. Ook met politici in ballingschap, waaronder Andreas Papandreou en Kostas Karamanlis, had hij contact. Zijn rapport en de publiciteit er om heen hadden effect. De kolonels besloten om Griekenland uit de Raad van Europa terug te trekken. Zij hielden de eer aan zich zelf uit vrees dat Griekenland er uit gezet zou worden. Bij de kolonels was Van der Stoel de vijand, bij de Griekse democraten was hij de grote held. In de Europese media werd hij bekend door zijn rapport. En de Raad van Europa werd ontdekt als een belangrijk instrument om mensenrechten te handhaven.

Van der Stoel was als politicus pro NAVO en pro VS. Dat was geen makkelijke positie in die dagen. De publieke opinie in Griekenland en in Europa was er van overtuigd dat de CIA en de NAVO achter de staatsgreep van de kolonels zaten. Talloze publicaties uit die tijd bevestigden dat beeld. De leider van de staatsgreep, kolonel Papadopoulos had gewerkt voor de Griekse militaire inlichtingendienst, die nauw met de CIA verbonden was. De staatsgreep werd uitgevoerd volgens het NAVO-plan Prometheus, dat opgesteld was voor het geval er een communistische staatsgreep in Griekenland zou plaats vinden. En zo waren er nog wel meer aanwijzingen, die duiden op een betrokkenheid van de VS en de NAVO. Van der Stoel heeft in die jaren consequent volgehouden dat er geen bewijzen waren voor de Amerikaanse betrokkenheid. Op een forum in Leiden zei hij van meerdere getuigen gehoord te hebben dat er grote verwarring was geweest op de Amerikaanse ambassade in Athene, tijdens de nacht van de staatsgreep. Achteraf heeft Van der Stoel gelijk gekregen. De kolonels zijn na 1974 voor het gerecht gebracht en bij die processen is niets gebleken van Amerikaanse betrokkenheid. Er zijn nadien ook vanuit de VS talloze onthullingen over het optreden van de CIA elders in de wereld geweest, maar ook uit die bronnen blijkt niet dat de Amerikanen de staatsgreep van de kolonels in Griekenland bevorderd hebben.

Na de val van de kolonels in 1974 werd Van der Stoel in Griekenland als een held binnengehaald. Er werd een plein naar hem vernoemd en hij ontving een onderscheiding en een eredoctoraat. Hij was altijd welkom bij de vele vrienden, die geleden hadden onder de dictatuur.

In Nederland had hij het moeilijker. Hij werd Minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Den Uyl (1973-1977) en die benoeming had hij aan Den Uyl zelf te danken. Den Uyl waardeerde hem enorm. Binnen de PvdA raakte hij geïsoleerd door zijn pro-VS opstelling. Het was de tijd van de Vietnamoorlog en de smerige interventies van de VS in Latijns-Amerika. Het vanzelfsprekende pro-Amerikaanse beleid van de Nederlandse regering stuitte op toenemende weerstand onder de Nederlandse bevolking en vooral binnen zijn eigen PvdA.

De latere ontwikkelingen in Griekenland waren evenmin plezierig voor hem. Hij was geen fan van Andreas Papandreou en hij vond dat de PvdA de PASOK, die na de val van de kolonels werd opgericht, niet moest steunen. Van der Stoel pleitte voor steun aan een zich sociaaldemocratische partij noemende groep van politici uit de voormalige Griekse Centrumunie. Het PvdA-bestuur dacht er anders over tot teleurstelling van Max Van der Stoel. Van der Stoel had gelijk dat Andreas Papandreou zeer demagogische trekken had en dat zijn beleid Griekenland uiteindelijk geen goed heeft gedaan. De vraag is wel wat het alternatief toen zou zijn geweest, omdat de sociaaldemocratie in Griekenland nauwelijks wortels heeft.

Ook bij rechts lag hij soms fout. Toen hij na zijn ministerschap benoemd werd tot de Nederlandse Ambassadeur bij de Verenigde Naties verscheen er een ingezonden venijnig artikel in de NRC van een conservatieve oud-diplomaat, die betoogde hoe ongeschikt Van der Stoel wel niet was voor de diplomatieke dienst. Zijn sterkste argument was dat Van der Stoel geen partner had (het was een publiek geheim dat hij gescheiden was) en zonder vrouw naast een man kon je toch echt geen goede diplomaat zijn. Max Van der Stoel heeft op briljante wijze het tegendeel bewezen.

In persoonlijke contacten bleef Max van der Stoel altijd zeer formeel. Tutoyeren deed hij niet. Zijn kracht als diplomaat was, dat hij vrijwel nooit uit de plooi kwam. Het overkwam mij een keer tijdens een diner in 1983 in Athene, waar ik te midden van vele buitenlandse en Griekse gasten met hem aanzat. We waren door de toenmalige PASOK-regering onder leiding van Andreas Papandreou uitgenodigd om bedankt en gehuldigd te worden voor onze bijdragen aan het herstel van de democratie in Griekenland. Van der Stoel hoorde mij iets zeggen over wandelen in Griekenland. Hij vergat zijn Griekse tafelgenoot en mengde zich meteen in ons gesprek en vroeg mij het hemd van het lijf over mijn ervaringen. Hij was zelf ook een liefhebber van wandelen in Griekenland. Voor het eerst na al die jaren hadden we een gesprek over iets persoonlijks. De dag daarop werd bekend dat op Cyprus de Turkse gemeenschap een eigen republiek had uitgeroepen. Van der Stoel verliet onmiddellijk de feestelijkheden in Athene en vloog naar New York. Hij zag terecht dat hij op dat moment daar nuttiger kon zijn en dus ging hij. Zijn plicht riep.

Door Arriën Kruyt, voormalig wethouder PvdA