28 januari 2016

Interview met Marit Maij over het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie

Vanaf 1 januari is Nederland voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Tijdens dit half jaar zit Nederland de vergaderingen over uiteenlopende onderwerpen voor. Marit Maij legt uit hoe het Nederlands voorzitterschap vormgegeven wordt en wat de prioriteiten van de Partij van de Arbeid zijn. 

Waarom is het belangrijk om stil te staan bij het Nederlands voorzitterschap? 
Dat is omdat je als voorzitter van de Europese Unie een klein beetje vorm kan geven aan wat er op de agenda staat en er ook kan zorgen dat een aantal onderwerpen die op de agenda staan net iets meer vooruit gebracht worden. Het is wel anders nu dan dat het was voor het Verdrag van Lissabon. Toen hadden we nog niet de vaste voorzitter van de Europese Raad (Donald Tusk) en de voorzitter van de Raad van Buitenlandse Zaken (Federica Mogherini). Tegelijkertijd zijn er nog steeds heel veel bijeenkomsten waar wel degelijk ons Nederlands voorzitterschap een rol kan spelen. Bijvoorbeeld bij ministerraden die over de onderwerpen gaan, zoals landbouw, onderwijs, sociale zaken etc. Daar zit dan onze minister in de voorzittersstoel. En onze premier en minister van Buitenlandse Zaken zijn constant in contact met hun collega’s en kunnen bijvoorbeeld seminars op hoog niveau over belangrijke thema’s organiseren. Dus dat is best wel een manier waarop je een beetje vorm kan geven aan de Europese Unie en dat is nodig. Want laten we wel wezen, de Europese Unie staat enorm onder druk. We hebben vorig jaar de crisis gehad rondom de Euro. Die is in goede banen geleid, ook mede dankzij onze eigen Jeroen Dijsselbloem. Nu is de grote crisis het vluchtelingenvraagstuk.

Zou je deze onderwerpen ook aanwijzen als de twee belangrijkste prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap? 
Ja, ik denk dat de migratieagenda zonder meer de belangrijkste prioriteit is. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we in Europa wel mensen bescherming blijven bieden, maar dat ook op zo’n manier doen dat het behapbaar blijft, en dat het ook menswaardig blijft. Dat is dé grote uitdaging. Verder heb je zoals ze het in het Engels zeggen: ‘events, events’, zaken die gewoon gebeuren. Dat is voor het Nederlands voorzitterschap het referendum rondom Oekraïne. Maar ook de Britten, de Brexit. Dat is ook een onderwerp wat speelt. En wat echt iets is dat vanuit de PvdA op de agenda komt is de sociale agenda: arbeidsmobiliteit. Het punt wat Lodewijk Asscher altijd heeft gemaakt over gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek. Het voorkomen dat arbeidsmobiliteit binnen de Europese Unie ervoor zorgt dat er verdringing is van mensen uit het land zelf. In Nederland is het voorbeeld de Oost-Europeanen die hier komen werken in de landbouw, de transportsector en in de bouwsector. Je wilt niet dat deze mensen onze eigen arbeidskrachten verdringen, maar je wilt ook niet dat zij worden uitgebuit. Dus die twee dingen zijn voor ons als sociaaldemocratische beweging heel belangrijk.

Een andere prioriteit van het Nederlands voorzitterschap is het klimaat- en energiebeleid. Hoe staat de PvdA hier tegenover? 
Wij vinden dat die ambitie echt wel stevig mag worden uitgedragen. Als je kijkt naar de statistieken over groene energie dan is Nederland geloof ik de derde van onder. Dat moet echt beter. Het is natuurlijk heel mooi als wij als voorzitter zeggen dat dit een prioriteit is, maar dan kunnen wij zelf ook niet achter blijven. Dit is dus ook een stimulans om ervoor te zorgen dat we zelf nog een paar flinke stappen gaan zetten. Er zijn twee heel belangrijke redenen waarom we onze energie afhankelijkheid anders moeten inrichten. Ten eerste omdat het beter voor de volgende generatie is, maar ook om onze afhankelijkheid van landen die niet altijd een positieve rol spelen te verminderen.

Om dit te bereiken moet je wel een Unie zijn die samen handelt. Vorig jaar heeft minister Koenders gezegd dat hij wil dat Nederland voor een meer verbindende Unie gaat zorgen. Tijdens het debat over de staat van de Unie heb je aangegeven dat de samenwerking geen eenrichtingsverkeer is en dat solidariteit ook betekent dat je niet alleen maar kan ontvangen. Is dat ook een grote uitdaging op dit moment?
Jazeker, als je kijkt naar de afgelopen 25 jaar zie je eigenlijk vanaf het moment dat in 1992 de interne markt echt van start ging de cake steeds groter werd. Dan is het leuk om te verdelen, maar nu staan we onder spanning. En dan moet je soms beslissingen nemen die wat kosten. Financieel wat kosten, maar misschien ook wel electoraal in het land waar de betreffende regeringsleider vandaan komt.  Het is wel belangrijk dat er beslissingen worden genomen en dat je ook aan je achterban, of aan je electoraat kan uitleggen, dúrft uit te leggen, dat sommige keuzes voor Europa voor de toekomst goed zijn, maar op de korte termijn voor jouw land niet zo heel erg gunstig zijn. Dat is wel een uitdaging. Bijvoorbeeld als je kijkt naar het eerste punt waar we het over hadden, het punt van migratie. De Commissie heeft een verdeelsleutel ingesteld voor herverdeling van mensen die zich in Griekenland en Italië bevinden. Sommige lidstaten hebben gewoon geen behoefte om daar aan mee te werken en die zeggen officieus, maar soms officieel, dat zij geen moslims toe willen laten. Of dat zij de integratie niet aankunnen en dat migranten toch alleen maar naar Duitsland willen. Dat alles helpt niet bij het verkrijgen van solidariteit. Wat daaraan vast zit is het kijken naar de rechtsstaat in Europa. Op welke manier delen wij waarden en vrijheden.

En heeft het parlement daar ook een rol in? Zullen er tijdens het voorzitterschap ook interparlementaire bijeenkomsten plaats vinden? 
Op het regeringsniveau is er een formele raad algemene zaken in mei. Deze wordt door minister Koenders voorgezeten en daar heeft een rechtsstaatsdialoog plaats. Dus dan wordt er gesproken over hoe we de rechtsstaat in de Europese Unie en in de lidstaten invullen. Dat is een initiatief van Nederland geweest, nog van Frans Timmermans, maar minister Koenders heeft dat ondersteund en meegenomen. Het is heel belangrijk dat je dat doet, het is vooral belangrijk dat die ‘peers’ elkaar aanspreken. Je bent allemaal van hetzelfde niveau, van dezelfde belangrijkheid in je eigen land en in de Raad in Brussel. Als Nederlands parlement hebben we daarnaast heel veel delegaties vanuit de verschillende lidstaten die we ontvangen. Zij vinden het van belang om te horen wat er hier tijdens het voorzittershap gebeurt en ze komen natuurlijk ook om over thema’s zoals migratie, het buitenlands beleid en Oekraïne te spreken. Verder hebben we als parlement een aantal interparlementaire bijeenkomsten. Deze worden altijd door de voorzitter georganiseerd. Voor het Nederlands voorzitterschap gaan ze onder andere over energie, circulaire economie en mensenhandel. Verder zijn er vaste thema’s, zoals een conferentie over buitenlands- en veiligheidsbeleid. Daarnaast is er altijd een conferentie over het economisch beleid en er zijn twee vaste meer algemene conferenties. Eentje met alle voorzitters van de Europese zakencommissies, en eentje met leden van de Europese zakencommissies.

Houden jullie daarnaast ook nog speciale bijeenkomsten met de opvolgers? Er wordt tegenwoordig gewerkt met een trio-voorzitterschap. Nederland zit samen met Slowakije en Malta in het trio. Wordt dit ook nog afgestemd? 
We hebben in elk geval aan het einde van het Luxemburgs voorzitterschap ook al met de Luxemburgers gesproken. Het trio loopt door. Het is niet zo dat er drie landen zijn en dan houdt het op en dan zijn het de volgende drie. Wij waren ook al aangesloten bij de vorige drie. En dat gaat dan ook zo weer door naar de Slowaken en de Maltezen die daarna komen. Het is een grote aaneenschakeling en dat loopt best wel goed, ook al hebben we soms hele andere ideeën. Maar in de structuur en in het proces loopt dat eigenlijk wel gesmeerd.

Wat vind je van het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne?
Wij hebben als PvdA een duidelijk standpunt. We zijn initiatiefnemer van de referendumwet, dus we zijn ook voor het referendum. In het kader van stabiliteit in het oosten, de relatie met Rusland, maar ook de handel, economische groei en een stabiele en democratische ontwikkeling voor Oekraïne is het belangrijk dat dit verdrag geratificeerd wordt. Er zijn heel veel redenen waarom wij als PvdA en ik denk een groot deel van de mensen hier in het parlement, ook van andere partijen, voor dat verdrag hebben gestemd. Een we vinden dat dat goedgekeurd moet worden, maar dat wordt wel werken.

Door Jaron Liplijn, stagiair internationaal secretariaat, met dank aan Marit Maij.