6 oktober 2014

‘Er moet een vrijwillige gedragscode komen voor gebruik van het vetorecht’

Frans Timmermans, minister van Buitenlandse Zaken, heeft tijdens een toespraak voor de VN ingestemd met het voorstel van Frankrijk en Mexico om een vrijwillige gedragscode voor het gebruik van het vetorecht in het leven te roepen. De ‘code’ voorstaat dat staten afzien van het vetorecht in het geval van grootschalige wreedheden. ‘De VN raakt door het vetorecht vleugellam […] daarom moeten we dit met elkaar anders regelen,’ aldus Frans Timmermans.

Het vetorecht van de permanente leden van de Veiligheidsraad -Frankrijk, Volksrepubliek China, Rusland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk- maakt deel uit van de structuur van het internationale collectieve veiligheidssysteem dat is opgericht na (aanleiding van) de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De primaire functie van dit veiligheidssysteem is om de internationale vrede en veiligheid te handhaven en indien nodig te herstellen. Resoluties in de Veiligheidsraad worden alleen kracht wanneer alle permanente leden hiermee instemmen.

De Partij van de Arbeid hecht er grote waarde aan dat militair internationaal ingrijpen is gebaseerd op een solide volkenrechtelijke basis. Dit kan tot stand komen wanneer een in nood verkerende staat expliciet om buitenlandse hulp vraagt of wanneer een staat een legitiem beroep doet op het recht op zelfverdediging. In het geval een staat systematisch op grove en grootschalige wijze de fundamentele mensenrechten van de eigen bevolking schendt, zoals bijvoorbeeld het geval is in Syrië, dient echter een mandaat uitgevaardigd te worden door de Veiligheidsraad. Deze kan bijvoorbeeld de humanitaire noodsituatie aanmerken als een gevaar voor de internationale vrede en veiligheid dan wel internationaal ingrijpen legitimeren op basis van de doctrine The Responsibility to Protect. In beide gevallen is echter een mandaat van de Veiligheidsraad vereist.

Volgens Frans Timmermans wringt echter hier nu juist de schoen. Soms blijft ingrijpen uit omdat omwille van meningsverschillen of uiteenlopende belangen gebruik wordt gemaakt van het vetorecht, ‘met verschrikkelijke gevolgen voor de burgers.’ Zo is het vetorecht sinds 2005 elf keer toegepast. ‘Het meest actueel en pijnlijk is de situatie ten aanzien van Syrië, dat verschillende keren door een veto werd getroffen. En dat terwijl er geen enkele twijfel is dat er op grote schaal wreedheden worden begaan en dat de situatie een gevaar is voor de internationale vrede en veiligheid,’ aldus Frans Timmermans.  De minister voegt hier aan toe dat ‘zelfs landen met een vetorecht, zoals Frankrijk, zijn doordrongen van de noodzaak om de werkwijze van de Veiligheidsraad te veranderen. Het is van groot belang dat we ook de overige landen met een vetorecht hiervan weten te overtuigen.’

Naast hervorming van het vetorecht is de Partij van de Arbeid van mening dat er nog meer veranderingen moeten plaatsvinden binnen de Verenigde Naties. Zo dient het democratischer en representatiever te worden, met name de Veiligheidsraad. Immers, de vijf permanente leden – in feite de winnaars van de Tweede Wereldoorlog- zijn geen adequate afspiegeling meer van de huidige internationale machtsverhoudingen. Daarnaast zijn Afrika, Latijns-Amerika en Zuidoost Azië in zijn geheel niet permanent vertegenwoordigd in de Veiligheidsraad. De Partij van de Arbeid zou graag zien dat hier in de toekomst verandering in komt.

Door Wernand Schillern, stagiair International Secretariaat PvdA