9 december 2014

Drie vragen aan Michiel Servaes over Israël en Palestina

Tot op heden gaat het Palestijns-Israëlisch conflict onverminderd door. Ondanks de druk en inspanningen van de internationale gemeenschap lijkt een duurzame vrede verder weg dan ooit. Tegelijkertijd wordt in meerdere nationale parlementen in Europa gedebatteerd over de erkenning van de Palestijnse staat. Over dit en meer zal in gesprek worden gegaan met Michiel Servaes.

1. Waarom steunt de PvdA de erkenning van de Palestijnse staat?

Het pleidooi voor erkenning van de Palestijnse staat krijgt duidelijk steeds meer draagvlak. Zweden ging onlangs tot die stap over en in veel Europese parlementen klinken dezelfde soort geluiden. Ik juich dat toe want er zijn goede argumenten voor erkenning. Het eerste is de feitelijke vaststelling dat er een Palestijns grondgebied, een volk en een regering zijn. Daarmee wordt aan de criteria van het internationaal recht voldaan om erkend te kunnen worden als staat. Het tweede argument is misschien nog wel belangrijker: de cyclus van geweld en de impasse in de onderhandelingen moeten doorbroken worden. Meer dan twintig jaar na de Oslo-akkoorden lijkt een oplossing verder weg dan ooit. Erkenning van de Palestijnse staat helpt om de asymmetrie van het conflict en de ongelijkheid in de onderhandelingen weg te nemen. Als we Palestina op gelijker niveau brengen met Israël zou dat een positieve stap kunnen zijn. Uiteraard brengt de erkenning als staat niet alleen rechten, maar ook plichten met zich mee zodat de Palestijnen ook aangesproken kunnen worden op hun eigen handelen. Kortom, erkenning van Palestina zie ik als een positieve bijdrage aan het vredesproces. Helaas is er in de Tweede Kamer op dit moment nog geen meerderheid voor erkenning van de Palestijnse staat. Ik zie wel dat de discussie binnen andere partijen, het CDA bijvoorbeeld, volop in beweging is en hoop met mijn bijdrage dat debat verder te voeden. We moeten het op de agenda blijven zetten. Zeker nu in heel Europa dit debat wordt gevoerd. Positief is ook dat minister Koenders heel duidelijk aangaf erkenning van de Palestijnse Staat niet langer als eindpunt van het vredesproces te zien, maar als middel dat ingezet kan worden om de onderhandelingen te ondersteunen. Dit is een belangrijke stap op weg naar erkenning van de Palestijnse staat.

 2. Meer dan twintig jaar na de Oslo-akkoorden lijkt een oplossing van het conflict verder weg dan ooit. Wat moet er volgens jou gebeuren om het vredesproces een nieuwe impuls te geven?

Dat klopt. De vredesbesprekingen onder leiding van de Amerikaanse minister Kerry zitten in een diepe impasse en de spanningen lopen recent steeds verder op. Met name de situatie in Oost-Jeruzalem baart mij grote zorgen en de perspectieven voor Gaza zijn nog altijd heel somber. Terwijl de regering-Netanyahu net uit elkaar is gevallen en immuun lijkt voor internationale kritiek, zien we dat Fatah en Hamas zich weliswaar verenigd hebben in een eenheidsregering, maar nog een lange weg te gaan hebben om er echt samen uit te komen. We zien ook dat de VS, geconfronteerd met een Republikeinse meerderheid in het Congres en in aanloop naar nieuwe presidentsverkiezingen, weinig ruimte hebben om een nieuw en doorslaggevend initiatief te kunnen ontplooien. Daarom denk ik dat het hoog tijd is dat de EU zich actiever gaat inzetten om het vredesproces weer op gang te brengen. Europa steunde de Amerikaanse initiatieven altijd, maar bleef zelf te veel op de achtergrond. Nu is het wat mij betreft zaak om onze eigen verantwoordelijkheid te nemen, uiteraard in afstemming met andere landen, vooral ook uit de regio. De nieuwe Hoge Vertegenwoordiger, mevrouw Mogherini, is net gestart en zij lijkt deze lijn te kiezen. Zo stelde ze dat het moment is aangebroken dat de EU haar politieke gewicht op tafel legt en zegt te streven naar erkenning van Palestina binnen haar termijn van vijf jaar. Die verschuiving steun ik van harte en ik heb in de Tweede Kamer de regering opgeroepen om deze nieuwe Europese ambities in woord en in daad ten volle te steunen. Het komt er nu op aan dat er een duidelijke EU-strategie komt waarin we duidelijk maken wat we van beide partijen verwachten en aangeven welke middelen – positief en negatief – we bereid zijn in te zetten om de druk op te voeren. Ik heb ook gepleit dat er weer een speciale EU-vertegenwoordiger voor het Midden-Oosten komt die ter plaatse uitvoering kan geven aan de versterkte Europese rol. Dat voorstel werd door minister Koenders overgenomen.

 3. Onlangs werd melding gemaakt dat het Israëlische kabinet weer een nieuw wetsvoorstel heeft: Israël officieel bestempelen als Joodse Staat. Wat vind je van dit voorstel?

Ik vind dat een buitengewoon ongelukkig voorstel. We kennen allemaal de achtergrond van de oprichting van de staat Israël, maar dit wetsvoorstel is volgens mij om twee redenen een slecht plan. Ten eerste ondermijnt het de gelijke behandeling van de inwoners van Israël. Door het joodse karakter te benadrukken en joodse Israëli’s extra rechten te geven, zet je mensen met een andere achtergrond – Arabisch, bedoeïenen etc – op achterstand. Het argument dat hiermee de democratische rechtsstaat ondergraven wordt hoor je gelukkig bij veel oppositiepartijen waaronder bij de Arbeiderspartij. Ten tweede trek je, vooral ook door de timing, de politieke discussie over de tweestaten-oplossing in een religieuze richting. Op een moment dat de spanning tussen Israël en de Palestijnen toch al oploopt is dat olie op het vuur. Uiteraard geldt dat ook voor Palestijnen die het conflict duiden in religieuze termen. Beide partijen moeten er nu alles aan doen om het wederzijdse retoriek en geweld te stoppen, te de-escaleren en te werken aan vrede in plaats van polarisatie.

Door Wernand Schillern, stagiair Internationaal Secretariaat