21 november 2013

De EU-top in Vilnius als lakmoesproef

Bob Deen is gekozen lid van de PES-delegatie. Hij volgt de ontwikkelingen in de aanloop naar de Europese top over het Oostelijk Partnerschap op de voet. Lees over de machtsstrijd tussen Rusland en de EU en de vooruitzichten voor het sluiten van overeenkomsten met zes voormalige Sovjet-Unie landen: Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan.

Terwijl in West-Europa hardop wordt getwijfeld aan het nut van Europese integratie is “Europa” nog steeds een ideaal voor velen aan de andere kant van het voormalige ijzeren gordijn. De lokroep van de Europese welvaart en de toegang van personen en goederen tot de Europese markten is een belangrijk onderdeel van de veelbesproken “transformatieve kracht” van de Europese Unie: het vermogen om buurlanden aan te zetten tot hervormingen  die hen nader brengen tot de Europese gemeenschap van normen en waarden. Het is een triest gegeven dat deze invloed snel afneemt als de laatste “wortel”, de daadwerkelijke toetreding tot de EU zelf, eenmaal is uitgedeeld. Europa heeft naast het EU-lidmaatschap echter nog meer lokkertjes in haar arsenaal en gaat daar in toenemende mate strategisch mee om.

Het Oostelijk Partnerschap
Aan het einde van de maand, op 28-29 november, vindt in de Litouwse hoofdstad Vilnius een Europese top plaats die in het teken staat van het Oostelijk Partnerschap, een samenwerkingsverband van de Europese Unie met zes landen van de voormalige Sovjet-Unie: Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. In ruil voor het sluiten van een Associatie-overeenkomst en een vrijhandelsverdrag verwacht de EU van hen stappen in de richting van een rechtsstaat en een markteconomie, alsmede bestrijding van de corruptie die in deze regio zo welig tiert.

Het Oostelijk Partnerschap is daarnaast ook vooral een geopolitieke zet: het is een poging van een aantal landen uit het voormalige Oostblok om hun buurlanden verder in de Europese invloedssfeer te trekken – en om hen zo te onttrekken aan de invloed van Rusland, dat ook sinds de val van de Sovjet-Unie in deze regio nog steeds grotendeels de scepter zwaait. President Poetin poogt met de oprichting van een douane-unie en een toekomstige “Euraziatische Unie” een tegenpool tegenover de EU te vormen om de invloed van Moskou in het voormalige Russische rijk te behouden. Zowel de EU als Rusland hebben de laatste maanden steeds duidelijker gemaakt dat zij verwachten dat landen een keuze maken tussen oost en west: toetreden tot beide vrijhandelszones is niet mogelijk.

De top in Vilnius is zo uitgegroeid tot een lakmoesproef van de transformatieve kracht van de EU, waarin Brussel in toenemende mate in een geopolitieke krachtmeting met Rusland terecht is gekomen. De vooruitzichten zijn tot op heden redelijk bedroevend.

So far, not so good
Het straatarme en geopolitiek geïsoleerde Armenië kondigde na maanden onderhandelen met de EU plotsklaps aan toch te kiezen voor de Russische douane-unie; er wordt algemeen verondersteld dat Moskou hen had gedreigd met het intrekken van militaire steun inzake het al twintig jaar sluimerende conflict met buurland Azerbeidzjan over Nagorno-Karabakh. Van Azerbeidzjan zelf werd überhaupt al weinig verwacht gezien de positie van het land als exporteur van gas; de EU pakt het met fluwelen handschoenen aan vanwege handelsbelangen en gebrek aan invloed. President Alijev liet zich in oktober en passant nog even herkiezen met 85% van de stemmen, in verkiezingen die door internationale waarnemers werden bekritiseerd en waar de uitslag abusievelijk al bekend werd gemaakt voor het sluiten van de stembussen. Ook Wit-Rusland is voor de EU een verloren zaak: het is reeds lid van de Russische douane-unie en President Loekasjenko doet weinig moeite om zijn eretitel van “laatste Europese dictator” af te schudden. So far, not so good.

Moldavië en Georgië op koers
Van de overgebleven drie landen gooit vooral het kleine Moldavië hoge ogen als “poster child” van het Oostelijk Partnerschap. Sinds in 2009 de Communistische Partij de absolute meerderheid verloor is een pro-Europese coalitie druk doende hervormingen door te voeren die door de EU worden vereist. Dit gaat met vallen en opstaan: het intern diep verdeelde land wordt geteisterd door politieke crises en schier onuitroeibare corruptie, onder andere in de rechtspraak. Het staat ook onder forse druk vanuit Rusland, dat nog steeds meer dan duizend soldaten heeft gestationeerd in de splinter-‘republiek’ Transnistrië, ook een van de onopgeloste bevroren conflicten van Europa. Rusland zette pardoes de import van Moldavische wijn stop en dreigt met verschillende strafmaatregelen na “Vilnius”. Maar ondanks alles lijkt Moldavië op koers te liggen om de Associatie-overeenkomst te paraferen en in 2014 daadwerkelijk te tekenen.

Iets verderop in de Kaukasus heeft ook Georgië in rap tempo hervormd, alhoewel de animo voor Europese toetreding flink is afgenomen na de machtswisseling die zich dit jaar heeft voltrokken. Het is nog niet geheel duidelijk hoe het forse verkiezingsverlies van de zeer anti-Russische President Saakasjvili en de zijnen zich zal vertalen in een nieuw buitenlands beleid. Ook Georgië kampt met maar liefst twee “bevroren conflicten”: zowel in de provincies Abchazië als Zuid-Ossetië zijn Russische troepen gelegerd, en Moskou heeft beide gebieden als onafhankelijk erkend na een korte oorlog in de zomer van 2008. De betrekkingen met Rusland worden voorzichtig een beetje aangehaald, maar nominaal blijft Tbilisi voorlopig gecommitteerd aan toenadering tot de EU en de NAVO.

Wat doet Oekraïne?
Het belang van de kleine staatjes Armenië, Georgië en Moldavië verbleekt echter bij dat van Oekraïne: met zo’n 48 miljoen inwoners en zijn rijke landbouwgrond de hoofdprijs van het Oostelijk Partnerschap, maar ook een probleemgeval met selectieve rechtspraak, diepgewortelde corruptie en een haperend transitieproces. Het is hier, in het klassieke grensland van het oude Russische rijk, dat de ware strijd zich afspeelt. Die strijd is er niet alleen tussen EU en Rusland, dat het behoud van invloed in het strategische Oekraïne als nationaal belang ziet, maar ook tussen de twee Europese doelstellingen: het bevorderen van de rechtsstaat enerzijds en het verwerven van geopolitieke invloed anderzijds. Nog niet eerder stond Oekraïne zo in de schijnwerpers van Europese bewindslieden. Europese conditionaliteit heeft tot enkele hervormingen geleid, maar de resultaten zijn tot nu toe mager. Het parlement toont zich weerbarstig, voortgang is tergend langzaam, en President Janoekovitsj poogt Rusland en Brussel tegen elkaar uit te spelen en zo van twee walletjes te eten. Hij probeert onder andere een lagere gasprijs te bedingen, hetzij bij Rusland zelf, hetzij bij Europese energieleveranciers.

Zijn aartsrivaal, oud-premier Yulia Timosjenko, zit nog steeds in de cel als meest schrijnend geval van selectieve rechtspraak; zij mag van Janoekovitsj tot op heden niet naar Duitsland vertrekken voor medische hulp, ondanks een duidelijk signaal van Europese regeringsleiders dat haar vrijlating een absolute vereiste is voor het tekenen van een Associatie-overeenkomst in Vilnius. Oekraïne’s keuze is zelfs nu, nauwelijks twee weken voor de top in Vilnius, nog steeds niet duidelijk: afgezanten van de EU werden vrijdag geschoffeerd toen een wetswijziging aangaande Timosjenko op het laatste moment werd ingetrokken, en ook dinsdag kon het parlement het er niet over eens worden. EU-diplomaten rekenen er inmiddels op dat de beslissing pas op het allerlaatste moment, in Vilnius zelf, zal worden genomen.

Wel is inmiddels duidelijk dat wat betreft Oekraïne de EU zal moeten kiezen: of Brussel laat de eigen standaarden varen en accepteert een problematische partner, of het boet in aan invloed ten opzichte van Moskou. Oekraïne maakt handig gebruik van dit dilemma door te proberen weg te komen met het absolute minimum aan hervormingen in ruil voor de sappige wortel van een Associatie-overeenkomst. Het verleden wijst uit dat dergelijke wortels helaas snel hun smaak verliezen, zeker als er niet oprecht hervormd is. De EU doet er goed aan zich dat te herinneren en niet teveel water bij de wijn te doen om Rusland af te troeven – zelfs niet als Timosjenko uiteindelijk op de avond voor Vilnius op het vliegtuig naar Duitsland wordt gezet.

Door Bob Deen, gekozen lid van de PES-delegatie